Voor
de vijfde keer sinds het bestaan van de Landgraafse Alpine Club
werd er met Hemelvaart geklommen in Zwitserland. Puur genieten
en peukenschijten is het motto van deze activiteit, die voor de
meeste onder ons het uiterste vergt van ons klimvermogen. Deze
keer werd er gekozen voor Valle Maggia; net boven Locarno.
Na een lange reis was het al licht toen we om 05.00
op de camping "Piccolo Paradiso" aankwamen. Meteen de
tent opzetten en een snel biertje en dan even tukken....
Toen we om 09.30 wakker werden, waren de laatste deelnemers gearriveerd.
Tom Lahaye en
de drie marken (ikzelf, Marc Vogely en Marc Minten) verbleven
met partners en introducees op de camping; Bert Kolgen en zijn
vrouw hadden een appartementje gehuurd in het dorp.
Snel werd een nieuw klimgidsje aangeschaft op de camping en plannen
gemaakt. Na zo'n lange autorit begonnen we rustig aan op de rotsen
van Ponte Brolla. Door regenval en blaadjes op de rotsen was het
een hele toer om naar het eerste setje te klimmen; later bleek
dat we weer eens in de verkeerde route zaten; een 6b.... Wat dat
betreft hebben Tom en ik de eer om het toch te blijven proberen;
enige jaren eerder zaten we in Alhambra (6b+) te zweten, terwijl
we dachten dat we een 5-je klommen.Toch
handig als je een gidsje hebt!
Het weer was uitstekend, lekker zonnetje en aardig warm. Vanwege
de vakantieperiode is het hier rond deze tijd meestal erg druk,
dus vroeg opstaan. We klommen nog enige 5-jes om weer te wennen
aan de rotsen en het wrijvingsklimmen en sloten het geheel af
met een biertje op het terras van Ponte Brolla, terwijl Tom nog
even bezig was met zijn andere hobby :treinen.
Terug op de camping ging eerst het bier de rivier in om te koelen;
dit jaar hadden we voldoende meegenomen. De avond werd besteed
met eten, drinken, slap ouwehoeren en plannen maken voor morgen.
Het massief Monte Garzo, slecht 2 kilometer verderop, zou ons
doel worden.
Het
massief Monte Garzo, sector Pinocchio, kende we al van een aantal
jaar geleden. Toen belandden we in de reeds eerder genoemde Alhambra-route,
die toch iets boven ons niveau lag. Deze keer gingen we voor een
aantal 5de-graads routes, die we afwisselend beklommen.
Het was al aardig druk, maar we slaagden erin om twee langere
routes van 280 meter te doen.
Als eerste beklommen we Harlem (5a+), terwijl Mark en Mario tegelijkertijd
de ernaast gelegen Havanna (5b+) beklommen. Dit leverde onderweg
leuke plaatjes op; vooral het gezicht van Mario sprak boekdelen.
Afwisselend voorklimmend schoven we omhoog, en soms ook weer een
stukje naar beneden. Het was een constant gevecht tussen de zwaartekracht
en de wrijving van onze schoentjes. Aan handen had je niet zoveel;
er waren nauwelijks goede grepen of rustpunten te vinden. Zelfs
de standplaatsen, meestal op een smal richeltje, gaven maar geen
rust aan onze pijnlijke voeten. Dit werd echter ruimschoots goedgemaakt
door het heerlijke weer en het fantastische uitzicht.
Ook
de terugweg naar de voet van de rotsen was een waar feest; door
de drukte was abseilen geen goede oplossing; je moest dan dwars
door een route heen. Hier werd al aardig geklungeld door tenminste
8 personen, dus we gingen lopend via een paadje. Dit was akelig
steil en hier en daar beveiligd met een vast stuk touw, dat er
zo te zien al enige tientallen jaren hing. Veel vertrouwen hierin
hadden we niet, maar er was niets anders.
Ook was het hier en daar behoorlijk glad. Gelukkig had ik in mijn
rugzakje een paar Teva's meegenomen; anderen zag ik op hun klimschoenen
naar beneden lopen. Na een korte lunch deden we in recordtempo
nog de Cini (5a), waar we wel aan de touwen naar beneden gingen.
Het was wat minder druk en we hadden weinig zin om dat fijne pad
nog een keer te moeten lopen cq. klauteren. Hierna vonden we het
wel welletjes; het werd tijd voor een biertje. Met zijn allen
weer naar de camping en lekker koken, drinken enz....
Omdat
deze dag klimtechnisch redelijk zwaar was en weinig mogelijkheden
bood voor onze ega's, besloten we om de volgende dag om wat verder
het Valle Maggia in te gaan naar een wat gemakkelijker gebied,
zodat we wat konden bijkomen en eventueel met de ega's wat konden
klimmen. Voor ieder wat wils; van 3b tot 6a binnen honderd meter,
dat is Torbeccio.
Het was hier erg druk en vol met kinderen, waarvan de ouders en
begeleiders nogal asociaal waren wat betreft het gebruik van de
routes. Zelfs in hun lunchpauzes lieten ze de touwen hangen (leuk
hoor; topropen vanaf de eerste standplaats van een lange route).
Het aantal routes was dus vrij beperkt. Hier klommen Tom en ik
een aantal 4de en 5de graads routes, zoals Opal (4c), Rubin (4c),
Saphir (4c) en Stumpfer Riss (5a). Maximale lengte 130 meter;
4 touwlengtes. Heerlijke mix van wrijvingsklimmen en het normale
werk, onder het genot van een brandend zonnetje. Hier zouden we
als LAC een huisje moeten hebben.... Voorlopig blijft het bij
een groepsfoto van ons gezelschap.
In de avond kregen we op de camping gezelschap van onze voorzitter
en ega, die bij het Lago Maggiore een huisje gehuurd hadden. Er
werd uitbundig getafeld bij een pizzeria (hoe kan het ook anders...)
en daarna namen we van een aantal mensen afscheid. Mark, Mario
en de Bermuda-boys gingen verder Italie in om ergens anders te
klimmen en Tom had een afspraak om treinen te bestuderen. Bert
en Sandra bleven nog bij ons.
De
laatste dag werd het tijd om Esther weer eens in de klimgordel
te hijsen; zij had nog niet meegeklommen. Voor het eerst zou ze
proberen om een langere route te klimmen. Ik had een geschikt
klimgebiedje uitgezocht: Speroni di Ponte Brolla. Lekker dichtbij,
met een aantal 3e graads routes van 3 touwlengtes. Ideaal voor
beginners, dus.
We waren hier helemaal alleen, zodat we lekker konden oefenen
zonder druk van andere touwgroepen. Na enige aarzeling kreeg ook
Esther de smaak te pakken en hebben we drie routes gedaan, allen
3b-3c (Putz, Maoph en Karambolin). Perfecte beginners-routes en
prima behaakt, zoals het hoort dus. Dit geldt voor bijna alle
routes in dit gebied; nuts en friends zijn meestal niet nodig.
Na de avondmaaltijd kregen we nog gezelschap van Bert en Sandra,
zodat we de laatste voorraden bier en versnaperingen toch nog
opkregen. Het is zonde om alles weer mee terug te nemen naar Nederland,
wachtend op een volgend (klim)weekend.

Na
een korte nachtrust (om 6 uur weer op) pakten we snel de tent
in en kon de lange terugreis beginnen. Gelukkig geen file bij
de Gottard-tunnel! Veertien uur later waren we weer in ons huisje
in Alphen a/d Rijn; enigzins moe maar zeer tevreden. Volgend jaar
gaan we beslist weer mee....