Dropdown Menus in CSS Css3Menu.com

Dropdown Menus in CSS Css3Menu.com

Activiteiten

EXTREEM WINTERWEEKEND 2000

Verslag van het jaarlijkse survival-weekend door LAC-leden en introducees.

Zoals ieder jaar organiseerde Ronny en Martin weer een winterweekend in de Ardennen, met als doel het gezellig samenzijn van zoveel mogelijk LAC-leden en eventuele introducees waarbij een aantal activiteiten het geheel een sportief tintje geeft. Dit winterweekend is ieder jaar weer een zeer succesvol gebeuren en daardoor een drukbezochte happening. Dit komt grotendeels door de perfecte organisatie, maar ook door het improvisatievermogen van iedere individuele deelnemer.

De complete groep

Een korte uitleg over de achtergrond en traditie van dit winterweekend is voor de lezer misschien wel nuttig. Nog voor er sprake was van de Landgraafse Alpine Club (LAC) werd dit evenement reeds georganiseerd. Hoe en waarom is mij onbekend, maar hierdoor is de organisatie wel altijd perfect. Ik ben nu 5 keer meegeweest, en ieder jaar is weer een verrassing. De opzet van dit weekend is als volgt: enige weken voor vertrek krijgen de deelnemers een korte brief met gegevens, en dat is het dan. Hierin staat het vertrekpunt en een vertrektijd en verder nog enige zaken die je mee moet nemen. Vereist op dit weekend is in ieder geval een flesje 'boswandeling'. Dit kan varieren van een heupflesje Jagermeister tot een literfles Ierse whiskey. Aangezien de groep meestal vrij groot is (ongeveer 20 man) wordt er dus heel wat sterke drank meegezeuld. Verder een kompas, een zaklamp, slaapzak en vooral veel eten. Er zijn jaren geweest dat het een compleet culinair feest was. Enige voorbeelden van wat sommige LAC-cers meeslepen aan eten : een frituurpan, compleet met vet, fricandellen e.d. , Mc-Donalds-maaltijden, afhaalchinees voor meerdere dagen en noem verder maar op. Je kunt het zo gek niet bedenken. Als het maar in (of op) een rugzak past! Verder geldt : je mag alles meenemen wat je wilt; je moet het zelf slepen! Er lopen dus mensen bij met een klein rugzakje met alleen het hoognodige erin, maar ook zie je rugzakken die uitpuilen en minstens 25 kilo wegen. Zeker s'nachts zorgt dit soms voor problemen in moeilijk terrein, maar daar kies je dan voor.

De start is op een vrijdagavond. Er wordt dan in groepjes gelopen vanaf een droppingspunt naar 1 of meerdere kaartcoordinaten, waar dan de volgende opdracht klaar ligt. Tevens heeft ieder groepje een nood-enveloppe met daarop het eindcoordinaat . Niet dat je daar veel aan hebt als je hopeloos verdwaald bent, maar toch altijd handig. Overnachtingen zijn bijna altijd geimproviseerd, alhoewel sommige watjes hun tent toch meenemen. Het LAC heeft een goede naam wat betreft het bouwen van nood-onderkomens, varierend van een zelfgemaakte tent met wat plastic zeilen tot complete kerststalletjes met zelfgemaakte matrassen (dennetakken) met nachtkastjes (rugzakken). Zaterdags en zondags wordt er dan een flink stuk gelopen, vaak met een kortere en een langere route. Over smalle paadjes, dwars door bossen en weilanden, door riviertjes en over bergen verplaatst de groep zich naar de volgende bivakplek. Onderweg is uiteraard tijd voor een stevige lunch (pannekoeken met spek, hamburgers met uien of complete warme maaltijden) en vaak enige leuke oefeningen, zoals abseilen, varen op vlotten e.d. Zondagmiddag komen we weer bij de auto's terug en na enige drinkedrankjes gaat een ieder dan weer zijn eigen weg. Tot zover de uitleg over het winterweekend in het algemeen.

DAG 1 : 25 FEBRUARI 2000:

Het startpunt van onze tocht is de kroeg in Engreux. We zagen nog net een groepje weggaan die naar hun droppingspunt werden gebracht. Onder het genot van enkele biertjes maakten we onze spullen in orde en vulden we onze veldflessen. Om half elf was onze groep compleet en werden we naar ons droppingspunt gebracht. We kregen een summiere kaart mee, maar geen informatie over onze positie. We moesten dus afgaan op de aanwijzigingen van de opdracht. Uit onze groep was er echter iemand die het gebied goed kende, en wij namen dus een makkelijkere weg (improviseren en gebruik maken van de kennis in de groep). Dit scheelde ons een hoop schravelen door bos en langs een beekje. Zodoende kwamen wij na ruim een uur al aan op de plek van bestemming, tevens onze bivakplek voor vannacht. Deze plek bestond uit een redelijk vlakke plek, waar we een geimproviseerde tent konden bouwen of in de bivakzak liggen. Uiteraard moest er een kampvuur komen. Dit was niet zo gemakkelijk, omdat alles zeer vochtig was. Er was geen droog hout voorhanden, dus moesten er grovere maatregelen worden genomen. Na het nodige kapwerk brandde het vuur nu goed. De flessen sterke drank en bier gingen het kampvuur rond en het werd een gezellig feestje, zo laat op de avond. Mark zorgde voor wat vuurwerk en de flessen gingen steeds verder leeg. Langzamerhand ging iedereen naar zijn nest, en zoals gewoonlijk bleven Wiel en ik (Mark) weer als laatste over. We zullen ongetwijfeld boeiende discussies gehad hebben maar ik kan mij er niets van herinneren. Misschien toch een alcoholprobleem? Ondanks de koude nacht met enige graden vorst heb ik prima geslapen.

DAG 2 : 26 FEBRUARI 2000:

De volgende ochtend werden we gewekt om 8 uur. Het was dus een zeer korte nachtrust voor enkelen die lang hadden doorgezakt. Ook de hoeveelheid alcohol speelt hier natuurlijk een belangrijke rol. Intussen snorden overal vrolijk de brandertjes en al gauw vulde de lucht zich met met heerlijke geuren van gebakken eieren, pannekoeken, spek en noem maar op. Jawel, het was weer etenstijd. Het zonnetje probeerde al door te breken en ons een beetje op te warmen. De temperatuur lag zo rond het vriespunt, en het beloofde een mooie dag te worden. Na het ontbijt informeerde de organisatie ons over het verdere verloop van de dag. We zouden even verderop een kleine klettersteig en een abseiltje gaan doen om vervolgens weer terug te keren naar de bivakplek. Daarna zouden we een stuk gaan wandelen en dan kwam een verrassing. We klommen dus in onze gordels en improviseerden een soort klettersteig-uitrusting met behulp van touwen of lange schlinges en karabiners. De klettersteig lag slechts 100 meter verderop langs de Ourthe en was keurig ingericht. Hier en daar wat gladjes en smalletjes klommen we enkele tientallen meters omhoog, waar een kleine abseilpiste was van ongeveer 10 meter. Een enkeling scheet zeven keuren stront, maar dat hoort er nu eenmaal bij. We klommen de klettersteig uit en liepen de heuvel weer af, om zo op de bivakplek uit te komen. We staken door bossen en velden naar een bronnengebied, waar we een aardige picknickplek vonden. De hamburgers, pannekoeken en macaronischotels vlogen je om de oren en de rugzakken werden steeds lichter. We hadden natuurlijk ook een uitzondering, en wel in de vorm van Ton. Hij was nog niet zo bekend met het fenomeen "extreem culinair winterweekend", hoewel hij enige jaren geleden ook een keer is meegeweest. Zijn etensvoorraad bestond uit een gesneden witbrood en een stuk kaas. Niet meer, niet minder. Dat scheelt natuurlijk een hoop gewicht in de rugzak! Ik kende dit fenomeen al vanuit eerdere activiteiten met Ton, maar de nieuwelingen en introducees keken hem aan als een marsmannetje. Na deze uitbundige lunch gingen we weer op pad, om uiteindelijk uit te komen bij een groot snelweg-viaduct. Dit ligt tussen Engreux en Houffalize en is behoorlijk hoog. We klauterden langs de pijlers naar beneden, maar volgens mijn informatie lag daar geen brug om de Ourthe over te steken. Beneden aangekomen bleek dit juist te zijn. Aan de overkant, op een parkeerplaats, stond Ronnie met zijn Landrover. Is er geen brug, dan maken we een brug! Dit zijn de leuke dingen tijdens zo'n winterweekend! Er werd een touw over de rivier gegooid, en Ronnie maakte daar de staalkabel van zijn lier aan vast. De staalkabel werd aan het touw weer terug over de rivier getrokken en verankerd aan een stevige boom. Even de lier strakspannen en voila, een prima touwbrug. Nu moesten wij er nog overheen. We kwamen allemaal veilig aan de overkant en het touw werd weer ingehaald. Dit betekende dus wel dat 1 persoon naar de brug moest lopen; hij moest immers het touw losmaken aan de overkant. Dit bleek geen probleem te zijn, omdat we inmiddels met onze volgende opdracht werden geconfronteerd : het bouwen van vlotten. Dit kenden we nog van vorig jaar. Dit betekende dus weer afzien op een lek vlot met ijskoud water en in het donker want inmiddels was het al 5 uur geweest. Gelukkig stond de rivier niet zo hoog als vorig jaar en was de afstand slechts ongeveer 15 kilometer. Indien je de breeklichtjes ziet dan moet je eruit. Daar zou onze volgende bivakplek zijn. We begonnen dus met het bouwen van vier vlotten. Per vlot was er plek voor vier personen, dus konden er 16 in totaal de rivier af (voor deze berekening is minimaal HTS-niveau vereist). De organisatie zou dan met de Landrover naar de bivakplek rijden en daar de nodige voorbereidingen treffen, onder andere het installeren van de eerder genoemde breeklichtjes. Het beschikbare materiaal was enigzins aangepast: iedere groep van 4 personen had de beschikking over vier grote binnenbanden (gelukkig wel al opgepompt), twee touwen, een stuk zeil en twee balken. Met de twee balken bedacht iedere groep een constructie, een soort frame. Dit werd vastgemaakt aan de vier banden, en vervolgens werd het zeil erover gespannen. Mijn groep bestond uit Frank, Ton, introducee Jan en mijzelf( Mark). Frank bedacht een goede constructie, waarbij we uiteraard de activiteiten van de andere drie groepen goed in de gaten hielden. Het heeft immers geen zin om weer opnieuw het wiel uit te vinden. Terwijl wij nog druk aan het bouwen waren, ging de eerste groep al op weg. Een ieder kreeg een reddingsvest, zodat we er als een stel smurfen uitzagen. Eindelijk was ons vlot klaar, en daar gingen we. Wij vertrokken als vlot nummer drie; achter ons was dus (gelukkig) nog een groep. Ik zat nog maar twee tellen op dat pokken-vlot of ik had al een natte reet. Binnen een minuut stond het water ook in mijn schoenen, dus mijn dag kon niet meer stuk, want dat was hij nu al! Al vloekend en tierend peddelden we de Ourthe af. Nou ja, peddelen: we hadden geen roeispanen, maar waren zo slim geweest om per man een lange tak mee te nemen om zodoende nog enigzins te kunnen sturen. Na ongeveer 20 minuten raakten we de kant, en wel op een betonnen rand. Meteen daarna was het einde oefening: een band was dusdanig lek dat er geen redden meer aan was. Snel zochten we een aanlegplek op en trokken het vlot aan de kant. Vlot nummer vier passeerde ons twee minuten later, dus konden we ze nog vertellen over onze roemloze ondergang. Zij zouden de organisatie inlichten, die ons dan kon oppikken. Het vlot werd afgebroken en langs de kant van de weg gelegd, zodat het materiaal tenminste niet verloren ging. Het probleem was, wat zouden we nu gaan doen? We hadden geen kaart en geen informatie waar de bivakplek was. Het kon nog uren duren eer we werden opgepikt, en we waren allemaal wel enigzins nat en koud. Het was inmiddels donker geworden, en wachten leek ons geen optie. Onze rugzakken lagen in de Landrover, en verder hadden we niets bij ons dan twee hoofdlampen, nl. die van Frank en Ton. We besloten om de weg af te lopen: deze liep immers parallel aan de rivier en hierover moest de Landrover ons tegemoet komen. Zo gingen er dus vier smurfen met zwemvesten op pad, de duisternis in. Het lopen hield ons warm, en na ruim een uur kwamen we bij een brug, dezelfde brug die naar ons vertrekpunt toe leidde. Nu ontstond er twijfel: hoever was het nog naar de bivakplek, aan welke zijde van de rivier was de bivakplek en was de organisatie inmiddels op de hoogte van ons probleem? De hoofdweg volgde vanaf dit punt niet meer de rivier, maar slingerde zich omhoog door de heuvels. Frank en ik wisten, dat er een voetpad liep; wij waren hier immers enkele jaren geleden ook geweest. Ook wisten wij, dat dit pad op een gegeven moment ophield, en dan een moeilijke passage volgde, steil naar boven klauteren in het donker. Daar was dan weer een pad dat verder liep. Wij kregen het vermoeden dat de bivakplek daar ergens moest liggen, omdat we daar toendertijd ook overnacht hadden. Wij hadden beide echter geen flauw idee hoever dat was en of dit wel waar was. Hadden we maar op de kaart van de organisatie gekeken voordat we gingen zwemmen! Weer een les geleerd voor de toekomst! Na gezamelijk overleg besloten we om toch maar voor het meest logische te kiezen: we zouden proberen om de oude bivakplek te vinden. Wachten was geen optie: het was koud en hulp kon nog uren duren. Introducee Jan zat er aardig doorheen en werd op sleeptouw genomen, terwijl wij de rivier overstaken en langs de gesloten camping het voetpad langs de Ourthe volgden. Na ongeveer een uur kwamen we op het punt, waar we enkele jaren geleden ook zo in de problemen geraakten. Het pad hield hier echt helemaal op; de weg werd geblokkeerd door een rotspassage die onmogelijk in het donker zonder materiaal gepasseerd kon worden. Er was maar 1 oplossing: steil omhoog door het terrein. Enige tientallen meters hoger liep een pad, dat wisten we zeker. Al schuivend en vloekend zochten we ons een weg omhoog, met behulp van de hoofdlampen en mijn lampje. Jan moest ieder keer weer geholpen worden, en dit stuk kostte ons dan ook zeer veel tijd. Het was inmiddels negen uur, pikkedonker en ijskoud. Uiteindelijk kwamen we op het pad uit, bovenop de heuvel. Waar was in hemelsnaam die bivakplek, en zaten we wel goed? In deze conditie konden we met Jan niet nog eens uren langs de rivier gaan dolen en zoeken naar onze tochtgenoten. We besloten om terug te lopen naar de brug, en daar de Landrover af te wachten. De organisatie zou inmiddels wel naar ons op zoek zijn, en daar zouden ze zeker langs komen. We volgden dit pad aan de bovenzijde van de heuvel, en Ton en Frank gingen vooruit om de Landrover te zoeken. Ik zou dan met Jan in zijn tempo volgen en ze bij de brug of camping ontmoeten. Toen we in de buurt van de camping waren, hoorde ik de Landrover al rijden. Gelukkig, ze hadden ons gevonden. Jan kon geen stap meer zetten en plofte bij de campingwinkel neer. Snel werd Jan opgepikt en gingen we op weg naar de bivakplek. Toen we daar aankwamen, waren er twee verrassingen. Ten eerste, het was inderdaad de bivakplek van enkele jaren geleden. Op het punt waar wij waren omgedraaid was het nog ongeveer 1,5 km lopen geweest langs de rivier. We hadden gewoon het pad op de heuvel moeten volgen. Balen! De tweede verrassing was, dat ook de andere groepen in de problemen waren gekomen. Er was nog een groep met een lekke band, die opgegeven hadden. Er was ook een vlot dat was blijven hangen en over de kop geslagen was. De gehele groep was kletsnat. Slechts 1 vlot had het uitgehouden tot enkele honderden meters voor de bivakplek. Rond het kampvuur zaten dus aardig wat natte mensen zichzelf en hun kleding te drogen. Snel werden de rugzakken uitgepakt en eten gekookt. De flessen drank kwamen weer tevoorschijn en al spoedig werd het weer een vrolijk kippenhok. Iedereen was tamelijk moe en nat en al spoedig lagen de eersten te snurken. Zo rond middernacht legden Peter-Paul en ik ons ook ten ruste in onze bivakzakken. Het werd een koude nacht; mijn slaapzak was voor deze temperatuur net niet geschikt. Twee keer werd ik wakker van de kou. We konden wel lekker uitslapen.

DAG 3 : 27 FEBRUARI 2000:

Na een koude nacht werd ik wakker rond een uur of halftien. Enkelen waren al op en de brandertjes snorden alweer vrolijk. Dit was een perfecte ochtend. De zon kwam al bijna boven de heuvels uit en het beloofde een schitterende dag te worden. De weersvoorspellingen waren ronduit goed te noemen; verwachtte temperaturen van ongeveer 12 graden en geen neerslag of bewolking van betekenis. Het kampvuur werd weer opgestookt en brandde al vrij snel; het was uiteraard nog warm van de vorige avond. Gelukkig was veel kleding en schoeisel redelijk droog geworden door het vuur. Na het uitgebreide ontbijt met de intussen wel bekend geworden maaltijden werd het tijd om wat actiefs te gaan doen. Het programma van deze dag beloofde veel goeds. We zouden beginnen met een tokkelbaan over de Ourthe, dan even verderop een abseil van zo'n 20 meter, dan wat lopen om vervolgens via een indianenbrug weer aan deze zijde van de rivier te komen. Dit alles in de directe omgeving van de bivakplek. Rugzakken konden achterblijven; Wiel zou voor oppas spelen voor onze spullen en de hond van Ronnie. We liepen even stroomafwaarts langs de Ourthe naar het bronnetje, waar Ronnie als eerste over de tokkelbaan ging. Aan de overzijde lag het benodigde materiaal (katrollen) op een plek in het bos . Het materiaal werd aan een tweede kabel over de rivier gebracht en de pret kon beginnen. Met ware doodsverachting stortten sommigen zich in de diepte om met oerkreten de overkant te bereiken. Dit leverde natuurlijk leuke foto's op voor het familie-album. Anderen liep de race-kak door hun broek heen toen zij via de kabel naar de overkant zoefden. Na deze grensverleggende activiteit voor sommige nieuwkomers was er even verderop een compleet aangelegde abseilpiste. Ook hier waren enige collega-deelnemers die dit niet echt leuk vonden, terwijl anderen zich als een raket naar beneden stortten. We liepen verder stroomopwaarts langs de Ourthe en zagen aan de overkant onze bivakplek waar Wiel een lekker peukje stond te roken. Wij kwamen zo'n beetje als laatste aan bij de indianenbrug, en er stond nog een behoorlijke rij te wachten. Ton en ik besloten om nog even verderop te kijken, waar globaal het punt moest liggen waar wij gisteravond zo in de shit gekomen waren. Inderdaad, na ongeveer een kilometer vonden we de plek; een vette rotspassage waar het pad gewoon ophield. In de zomer kun je waarschijnlijk gewoon de rivier oversteken (tenminste volgens de kaart) maar dit was nu onmogelijk. Volgende keer beter! We liepen terug naar de indianenbrug, waar iedereen al weg was. Via de twee boven elkaar liggende staalkabels gingen we naar de overkant en liepen in 20 minuten naar het kamp terug. Het was een uur of twee en dus tijd voor (jawel, alweer) eten. Hierna werden de rugzakken ingepakt en zouden we gezamelijk teruglopen langs de Ourthe om een weg te zoeken naar het startpunt in Engreux, enkele kilometers verderop. Lekker in het zonnetje dronken we een biertje en werd het weekend nabesproken. We sloten dit zeer succesvolle, actieve en grensverleggende weekend af met een gezamelijke maaltijd in de kroeg, waar wij voor een zeer schappelijke prijs een prima maaltijd voorgeschoteld kregen. Ton had schijnbaar geen honger want hij at niet mee.

Hierna namen we afscheid van elkaar en kon de terugreis beginnen.

Mark Rutten