Zoals ieder
jaar organiseerde Ronny en Martin weer een winterweekend in de
Ardennen, met als doel het gezellig samenzijn van zoveel mogelijk
LAC-leden en eventuele introducees waarbij een aantal activiteiten
het geheel een sportief tintje geeft. Dit winterweekend is ieder
jaar weer een zeer succesvol gebeuren en daardoor een drukbezochte
happening. Dit komt grotendeels door de perfecte organisatie,
maar ook door het improvisatievermogen van iedere individuele
deelnemer.

De
complete groep
Een
korte uitleg over de achtergrond en traditie van dit winterweekend
is voor de lezer misschien wel nuttig. Nog voor er sprake was
van de Landgraafse Alpine Club (LAC) werd dit evenement reeds
georganiseerd. Hoe en waarom is mij onbekend, maar hierdoor is
de organisatie wel altijd perfect. Ik ben nu 5 keer meegeweest,
en ieder jaar is weer een verrassing. De opzet van dit weekend
is als volgt: enige weken voor vertrek krijgen de deelnemers een
korte brief met gegevens, en dat is het dan. Hierin staat het
vertrekpunt en een vertrektijd en verder nog enige zaken die je
mee moet nemen. Vereist op dit weekend is in ieder geval een flesje
'boswandeling'. Dit kan varieren van een heupflesje Jagermeister
tot een literfles Ierse whiskey. Aangezien de groep meestal vrij
groot is (ongeveer 20 man) wordt er dus heel wat sterke drank
meegezeuld. Verder een kompas, een zaklamp, slaapzak en vooral
veel eten. Er zijn jaren geweest dat het een compleet culinair
feest was. Enige voorbeelden van wat sommige LAC-cers meeslepen
aan eten : een frituurpan, compleet met vet, fricandellen e.d.
, Mc-Donalds-maaltijden, afhaalchinees voor meerdere dagen en
noem verder maar op. Je kunt het zo gek niet bedenken. Als het
maar in (of op) een rugzak past! Verder geldt : je mag alles meenemen
wat je wilt; je moet het zelf slepen! Er lopen dus mensen bij
met een klein rugzakje met alleen het hoognodige erin, maar ook
zie je rugzakken die uitpuilen en minstens 25 kilo wegen. Zeker
s'nachts zorgt dit soms voor problemen in moeilijk terrein, maar
daar kies je dan voor.
De
start is op een vrijdagavond. Er wordt dan in groepjes gelopen
vanaf een droppingspunt naar 1 of meerdere kaartcoordinaten, waar
dan de volgende opdracht klaar ligt. Tevens heeft ieder groepje
een nood-enveloppe met daarop het eindcoordinaat . Niet dat je
daar veel aan hebt als je hopeloos verdwaald bent, maar toch altijd
handig. Overnachtingen zijn bijna altijd geimproviseerd, alhoewel
sommige watjes hun tent toch meenemen. Het LAC heeft een goede
naam wat betreft het bouwen van nood-onderkomens, varierend van
een zelfgemaakte tent met wat plastic zeilen tot complete kerststalletjes
met zelfgemaakte matrassen (dennetakken) met nachtkastjes (rugzakken).
Zaterdags en zondags wordt er dan een flink stuk gelopen, vaak
met een kortere en een langere route. Over smalle paadjes, dwars
door bossen en weilanden, door riviertjes en over bergen verplaatst
de groep zich naar de volgende bivakplek. Onderweg is uiteraard
tijd voor een stevige lunch (pannekoeken met spek, hamburgers
met uien of complete warme maaltijden) en vaak enige leuke oefeningen,
zoals abseilen, varen op vlotten e.d. Zondagmiddag komen we weer
bij de auto's terug en na enige drinkedrankjes gaat een ieder
dan weer zijn eigen weg. Tot zover de uitleg over het winterweekend
in het algemeen.
DAG
1 : 25 FEBRUARI 2000:
Het
startpunt van onze tocht is de kroeg in Engreux. We zagen nog
net een groepje weggaan die naar hun droppingspunt werden gebracht.
Onder het genot van enkele biertjes maakten we onze spullen in
orde en vulden we onze veldflessen. Om half elf was onze groep
compleet en werden we naar ons droppingspunt gebracht. We kregen
een summiere kaart mee, maar geen informatie over onze positie.
We moesten dus afgaan op de aanwijzigingen van de opdracht. Uit
onze groep was er echter iemand die het gebied goed kende, en
wij namen dus een makkelijkere weg (improviseren en gebruik maken
van de kennis in de groep). Dit scheelde ons een hoop schravelen
door bos en langs een beekje. Zodoende kwamen wij na ruim een
uur al aan op de plek van bestemming, tevens onze bivakplek voor
vannacht. Deze plek bestond uit een redelijk vlakke plek, waar
we een geimproviseerde tent konden bouwen of in de bivakzak liggen.
Uiteraard moest er een kampvuur komen. Dit was niet zo gemakkelijk,
omdat alles zeer vochtig was. Er was geen droog hout voorhanden,
dus moesten er grovere maatregelen worden genomen. Na het nodige
kapwerk brandde het vuur nu goed. De flessen sterke drank en bier
gingen het kampvuur rond en het werd een gezellig feestje, zo
laat op de avond. Mark zorgde voor wat vuurwerk en de flessen
gingen steeds verder leeg. Langzamerhand ging iedereen naar zijn
nest, en zoals gewoonlijk bleven Wiel en ik (Mark) weer als laatste
over. We zullen ongetwijfeld boeiende discussies gehad hebben
maar ik kan mij er niets van herinneren. Misschien toch een alcoholprobleem?
Ondanks de koude nacht met enige graden vorst heb ik prima geslapen.
DAG
2 : 26 FEBRUARI 2000:
De
volgende ochtend werden we gewekt om 8 uur. Het was dus een zeer
korte nachtrust voor enkelen die lang hadden doorgezakt. Ook de
hoeveelheid alcohol speelt hier natuurlijk een belangrijke rol.
Intussen snorden overal vrolijk de brandertjes en al gauw vulde
de lucht zich met met heerlijke geuren van gebakken eieren, pannekoeken,
spek en noem maar op. Jawel, het was weer etenstijd. Het zonnetje
probeerde al door te breken en ons een beetje op te warmen. De
temperatuur lag zo rond het vriespunt, en het beloofde een mooie
dag te worden. Na het ontbijt informeerde de organisatie ons over
het verdere verloop van de dag. We zouden even verderop een kleine
klettersteig en een abseiltje gaan doen om vervolgens weer terug
te keren naar de bivakplek. Daarna zouden we een stuk gaan wandelen
en dan kwam een verrassing. We klommen dus in onze gordels en
improviseerden een soort klettersteig-uitrusting met behulp van
touwen of lange schlinges en karabiners. De klettersteig lag slechts
100 meter verderop langs de Ourthe en was keurig ingericht. Hier
en daar wat gladjes en smalletjes klommen we enkele tientallen
meters omhoog, waar een kleine abseilpiste was van ongeveer 10
meter. Een enkeling scheet zeven keuren stront, maar dat hoort
er nu eenmaal bij. We klommen de klettersteig uit en liepen de
heuvel weer af, om zo op de bivakplek uit te komen. We staken
door bossen en velden naar een bronnengebied, waar we een aardige
picknickplek vonden. De hamburgers, pannekoeken en macaronischotels
vlogen je om de oren en de rugzakken werden steeds lichter. We
hadden natuurlijk ook een uitzondering, en wel in de vorm van
Ton. Hij was nog niet zo bekend met het fenomeen "extreem
culinair winterweekend", hoewel hij enige jaren geleden ook
een keer is meegeweest. Zijn etensvoorraad bestond uit een gesneden
witbrood en een stuk kaas. Niet meer, niet minder. Dat scheelt
natuurlijk een hoop gewicht in de rugzak! Ik kende dit fenomeen
al vanuit eerdere activiteiten met Ton, maar de nieuwelingen en
introducees keken hem aan als een marsmannetje. Na deze uitbundige
lunch gingen we weer op pad, om uiteindelijk uit te komen bij
een groot snelweg-viaduct. Dit ligt tussen Engreux en Houffalize
en is behoorlijk hoog. We klauterden langs de pijlers naar beneden,
maar volgens mijn informatie lag daar geen brug om de Ourthe over
te steken. Beneden aangekomen bleek dit juist te zijn. Aan de
overkant, op een parkeerplaats, stond Ronnie met zijn Landrover.
Is er geen brug, dan maken we een brug! Dit zijn de leuke dingen
tijdens zo'n winterweekend! Er werd een touw over de rivier gegooid,
en Ronnie maakte daar de staalkabel van zijn lier aan vast. De
staalkabel werd aan het touw weer terug over de rivier getrokken
en verankerd aan een stevige boom. Even de lier strakspannen en
voila, een prima touwbrug. Nu moesten wij er nog overheen. We
kwamen allemaal veilig aan de overkant en het touw werd weer ingehaald.
Dit betekende dus wel dat 1 persoon naar de brug moest lopen;
hij moest immers het touw losmaken aan de overkant. Dit bleek
geen probleem te zijn, omdat we inmiddels met onze volgende opdracht
werden geconfronteerd : het bouwen van vlotten.
Dit kenden we nog van vorig jaar. Dit betekende dus weer afzien
op een lek vlot met ijskoud water en in het donker want inmiddels
was het al 5 uur geweest. Gelukkig stond de rivier niet zo hoog
als vorig jaar en was de afstand slechts ongeveer 15 kilometer.
Indien je de breeklichtjes ziet dan moet je eruit. Daar zou onze
volgende bivakplek zijn. We begonnen dus met het bouwen van vier
vlotten. Per vlot was er plek voor vier personen, dus konden er
16 in totaal de rivier af (voor deze berekening is minimaal HTS-niveau
vereist). De organisatie zou dan met de Landrover naar de bivakplek
rijden en daar de nodige voorbereidingen treffen, onder andere
het installeren van de eerder genoemde breeklichtjes. Het beschikbare
materiaal was enigzins aangepast: iedere groep van 4 personen
had de beschikking over vier grote binnenbanden (gelukkig wel
al opgepompt), twee touwen, een stuk zeil en twee balken. Met
de twee balken bedacht iedere groep een constructie, een soort
frame. Dit werd vastgemaakt aan de vier banden, en vervolgens
werd het zeil erover gespannen. Mijn groep bestond uit Frank,
Ton, introducee Jan en mijzelf( Mark). Frank bedacht een goede
constructie, waarbij we uiteraard de activiteiten van de andere
drie groepen goed in de gaten hielden. Het heeft immers geen zin
om weer opnieuw het wiel uit te vinden. Terwijl wij nog druk aan
het bouwen waren, ging de eerste groep al op weg. Een ieder kreeg
een reddingsvest, zodat we er als een stel smurfen uitzagen. Eindelijk
was ons vlot klaar, en daar gingen we. Wij vertrokken als vlot
nummer drie; achter ons was dus (gelukkig) nog een groep. Ik zat
nog maar twee tellen op dat pokken-vlot of ik had al een natte
reet. Binnen een minuut stond het water ook in mijn schoenen,
dus mijn dag kon niet meer stuk, want dat was hij nu al! Al vloekend
en tierend peddelden we de Ourthe af. Nou ja, peddelen: we hadden
geen roeispanen, maar waren zo slim geweest om per man een lange
tak mee te nemen om zodoende nog enigzins te kunnen sturen. Na
ongeveer 20 minuten raakten we de kant, en wel op een betonnen
rand. Meteen daarna was het einde oefening: een band was dusdanig
lek dat er geen redden meer aan was. Snel zochten we een aanlegplek
op en trokken het vlot aan de kant. Vlot nummer vier passeerde
ons twee minuten later, dus konden we ze nog vertellen over onze
roemloze ondergang. Zij zouden de organisatie inlichten, die ons
dan kon oppikken. Het vlot werd afgebroken en langs de kant van
de weg gelegd, zodat het materiaal tenminste niet verloren ging.
Het probleem was, wat zouden we nu gaan doen? We hadden geen kaart
en geen informatie waar de bivakplek was. Het kon nog uren duren
eer we werden opgepikt, en we waren allemaal wel enigzins nat
en koud. Het was inmiddels donker geworden, en wachten leek ons
geen optie. Onze rugzakken lagen in de Landrover, en verder hadden
we niets bij ons dan twee hoofdlampen, nl. die van Frank en Ton.
We besloten om de weg af te lopen: deze liep immers parallel aan
de rivier en hierover moest de Landrover ons tegemoet komen. Zo
gingen er dus vier smurfen met zwemvesten op pad, de duisternis
in. Het lopen hield ons warm, en na ruim een uur kwamen we bij
een brug, dezelfde brug die naar ons vertrekpunt toe leidde. Nu
ontstond er twijfel: hoever was het nog naar de bivakplek, aan
welke zijde van de rivier was de bivakplek en was de organisatie
inmiddels op de hoogte van ons probleem? De hoofdweg volgde vanaf
dit punt niet meer de rivier, maar slingerde zich omhoog door
de heuvels. Frank en ik wisten, dat er een voetpad liep; wij waren
hier immers enkele jaren geleden ook geweest. Ook wisten wij,
dat dit pad op een gegeven moment ophield, en dan een moeilijke
passage volgde, steil naar boven klauteren in het donker. Daar
was dan weer een pad dat verder liep. Wij kregen het vermoeden
dat de bivakplek daar ergens moest liggen, omdat we daar toendertijd
ook overnacht hadden. Wij hadden beide echter geen flauw idee
hoever dat was en of dit wel waar was. Hadden we maar op de kaart
van de organisatie gekeken voordat we gingen zwemmen! Weer een
les geleerd voor de toekomst! Na gezamelijk overleg besloten we
om toch maar voor het meest logische te kiezen: we zouden proberen
om de oude bivakplek te vinden. Wachten was geen optie: het was
koud en hulp kon nog uren duren. Introducee Jan zat er aardig
doorheen en werd op sleeptouw genomen, terwijl wij de rivier overstaken
en langs de gesloten camping het voetpad langs de Ourthe volgden.
Na ongeveer een uur kwamen we op het punt, waar we enkele jaren
geleden ook zo in de problemen geraakten. Het pad hield hier echt
helemaal op; de weg werd geblokkeerd door een rotspassage die
onmogelijk in het donker zonder materiaal gepasseerd kon worden.
Er was maar 1 oplossing: steil omhoog door het terrein. Enige
tientallen meters hoger liep een pad, dat wisten we zeker. Al
schuivend en vloekend zochten we ons een weg omhoog, met behulp
van de hoofdlampen en mijn lampje. Jan moest ieder keer weer geholpen
worden, en dit stuk kostte ons dan ook zeer veel tijd. Het was
inmiddels negen uur, pikkedonker en ijskoud. Uiteindelijk kwamen
we op het pad uit, bovenop de heuvel. Waar was in hemelsnaam die
bivakplek, en zaten we wel goed? In deze conditie konden we met
Jan niet nog eens uren langs de rivier gaan dolen en zoeken naar
onze tochtgenoten. We besloten om terug te lopen naar de brug,
en daar de Landrover af te wachten. De organisatie zou inmiddels
wel naar ons op zoek zijn, en daar zouden ze zeker langs komen.
We volgden dit pad aan de bovenzijde van de heuvel, en Ton en
Frank gingen vooruit om de Landrover te zoeken. Ik zou dan met
Jan in zijn tempo volgen en ze bij de brug of camping ontmoeten.
Toen we in de buurt van de camping waren, hoorde ik de Landrover
al rijden. Gelukkig, ze hadden ons gevonden. Jan kon geen stap
meer zetten en plofte bij de campingwinkel neer. Snel werd Jan
opgepikt en gingen we op weg naar de bivakplek. Toen we daar aankwamen,
waren er twee verrassingen. Ten eerste, het was inderdaad de bivakplek
van enkele jaren geleden. Op het punt waar wij waren omgedraaid
was het nog ongeveer 1,5 km lopen geweest langs de rivier. We
hadden gewoon het pad op de heuvel moeten volgen. Balen! De tweede
verrassing was, dat ook de andere groepen in de problemen waren
gekomen. Er was nog een groep met een lekke band, die opgegeven
hadden. Er was ook een vlot dat was blijven hangen en over de
kop geslagen was. De gehele groep was kletsnat. Slechts 1 vlot
had het uitgehouden tot enkele honderden meters voor de bivakplek.
Rond het kampvuur zaten dus aardig wat natte mensen zichzelf en
hun kleding te drogen. Snel werden de rugzakken uitgepakt en eten
gekookt. De flessen drank kwamen weer tevoorschijn en al spoedig
werd het weer een vrolijk kippenhok. Iedereen was tamelijk moe
en nat en al spoedig lagen de eersten te snurken. Zo rond middernacht
legden Peter-Paul en ik ons ook ten ruste in onze bivakzakken.
Het werd een koude nacht; mijn slaapzak was voor deze temperatuur
net niet geschikt. Twee keer werd ik wakker van de kou. We konden
wel lekker uitslapen.
DAG
3 : 27 FEBRUARI 2000:
Na
een koude nacht werd ik wakker rond een uur of halftien. Enkelen
waren al op en de brandertjes snorden alweer vrolijk. Dit was
een perfecte
ochtend. De zon kwam al bijna boven de heuvels uit en het beloofde
een schitterende dag te worden. De weersvoorspellingen waren ronduit
goed te noemen; verwachtte temperaturen van ongeveer 12 graden
en geen neerslag of bewolking van betekenis. Het kampvuur werd
weer opgestookt en brandde al vrij snel; het was uiteraard nog
warm van de vorige avond. Gelukkig was veel kleding en schoeisel
redelijk droog geworden door het vuur. Na het uitgebreide ontbijt
met de intussen wel bekend geworden maaltijden werd het tijd om
wat actiefs te gaan doen. Het programma van deze dag beloofde
veel goeds. We zouden beginnen met een tokkelbaan over de Ourthe,
dan even verderop een abseil van zo'n 20 meter, dan wat lopen
om vervolgens via een indianenbrug weer aan deze zijde van de
rivier te komen. Dit alles in de directe omgeving van de bivakplek.
Rugzakken konden achterblijven; Wiel zou voor oppas spelen voor
onze spullen en de hond van Ronnie. We liepen even stroomafwaarts
langs de Ourthe naar het bronnetje, waar Ronnie als eerste over
de tokkelbaan ging. Aan de overzijde lag het benodigde materiaal
(katrollen) op een plek in het bos . Het materiaal werd aan een
tweede kabel over de rivier gebracht en de pret kon beginnen.
Met ware doodsverachting stortten sommigen zich in de diepte om
met oerkreten de overkant te bereiken. Dit leverde natuurlijk
leuke foto's op voor het familie-album. Anderen liep de race-kak
door hun broek heen toen zij via de kabel naar de overkant zoefden.
Na deze grensverleggende activiteit voor sommige nieuwkomers was
er even verderop een compleet aangelegde abseilpiste. Ook hier
waren enige collega-deelnemers die dit niet echt leuk vonden,
terwijl anderen zich als een raket naar beneden stortten. We liepen
verder stroomopwaarts langs de Ourthe en zagen aan de overkant
onze bivakplek waar Wiel een lekker peukje stond te roken.
Wij
kwamen zo'n beetje als laatste aan bij de indianenbrug, en er
stond nog een behoorlijke rij te wachten. Ton en ik besloten om
nog even verderop te kijken, waar globaal het punt moest liggen
waar wij gisteravond zo in de shit gekomen waren. Inderdaad, na
ongeveer een kilometer vonden we de plek; een vette rotspassage
waar het pad gewoon ophield. In de zomer kun je waarschijnlijk
gewoon de rivier oversteken (tenminste volgens de kaart) maar
dit was nu onmogelijk. Volgende keer beter! We liepen terug naar
de indianenbrug, waar iedereen al weg was. Via de twee boven elkaar
liggende staalkabels gingen we naar de overkant en liepen in 20
minuten naar het kamp terug. Het was een uur of twee en dus tijd
voor (jawel, alweer) eten. Hierna werden de rugzakken ingepakt
en zouden we gezamelijk teruglopen langs de Ourthe om een weg
te zoeken naar het startpunt in Engreux, enkele kilometers verderop.
Lekker in het zonnetje dronken we een biertje en werd het weekend
nabesproken. We sloten dit zeer succesvolle, actieve en grensverleggende
weekend af met een gezamelijke maaltijd in de kroeg, waar wij
voor een zeer schappelijke prijs een prima maaltijd voorgeschoteld
kregen. Ton had schijnbaar geen honger want hij at niet mee.
Hierna
namen we afscheid van elkaar en kon de terugreis beginnen.